4 Mantelzorg en vrijwilligers
- Wmo in het kort
- Prestatievelden
- Nuttige links
- Organisaties
- Vraag en Antwoord
- Gereedschapskist met handreikingen implementatie Wmo
- Verbindingen in de Wmo
- Programma Beter in meedoen
- De Kanteling van de Vereniging Nederlandse Gemeenten
- PgbWijzer
- Programma Regelhulp
- Project De Kanteling cliëntenorganisaties
- Verbinding Wonen Welzijn en Zorg
- Welzijn Nieuwe Stijl
- Pilots Wmo
Omschrijving
Vrijwilligerswerk en mantelzorg zijn in één prestatieveld opgenomen, hoewel ze in een aantal opzichten van elkaar verschillen. Zo is er een verschil in de activiteiten die vrijwilligers en mantelzorgers uitvoeren, en ook in de motivatie waarom ze dit doen. Maar er is ook een duidelijke overeenkomst, namelijk dat het in beide gevallen gaat om een vorm van inzet voor de (naaste) omgeving.
Bovendien staan mantelzorg en vrijwilligerswerk niet los van elkaar.
en mantelzorg niet los van elkaar. Iemand die mantelzorg krijgt, ontvangt daarnaast ook vaak hulp door vrijwilligers. En de ondersteuning van (overbelaste) mantelzorgers wordt ook vaak gegeven door vrijwilligers.
Vrijwilligerswerk
In Nederland zijn zo’n 5,5 miljoen vrijwilligers actief. Vrijwilligers Zij het sociale cement in onze samenleving. De talloze clubs en verenigingen, waar mensen elkaar ontmoeten en samen actief bezig kunnen zijn, zouden zonder de inzet van de vele vrijwilligers niet kunnen draaien. Vrijwilligers dragen bij aan de participatie en zelfredzaamheid van anderen, maar ook aan onderlinge betrokkenheid.
Vrijwilligerswerk is voor burgers een manier om verantwoordelijkheid te nemen en niet alles van een ander of de overheid te verwachten. Denk daarbij niet alleen aan vrijwilligerswerk in georganiseerd verband (binnen clubs en verenigingen), maar ook aan informele en ongeorganiseerde vormen van vrijwilligerswerk (kleinschalige burgerinitiatieven).
Mantelzorg
Bij het verlenen van mantelzorg gaat het om het bieden van iets extra 's dat qua duur en qua intensiteit de geschetste 'normale gang van zaken' overstijgt. Vaak is er - in tegenstelling tot 'normale' situaties in het huishouden - sprake van een situatie die wordt gekenmerkt door het in de knel komen van maatschappelijke verplichtingen en persoonlijke voorkeuren. Mantelzorg kan daarmee omschreven worden als langdurende zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
Vrijwilligersbeleid
De vrijwillige inzet van burgers, zowel informeel en ongeorganiseerd (kleinschalig burgerinitiatief) als in georganiseerd verband (vrijwilligersorganisaties en bijvoorbeeld sport), vormt een onmisbaar deel van de ‘civil society’. Vrijwilligerswerk is ook bij uitstek het voertuig voor burgers om verantwoordelijkheid te nemen en niet alles van een ander of de overheid te verwachten. Met zijn vrijwillige inzet is de burger niet slechts consument van publieke diensten, maar levert hij actief een bijdrage. Hij geeft niet alleen zijn eigen ‘meedoen’ vorm, maar draagt ook bij aan het ‘meedoen’ van kwetsbare groepen. Belangenorganisaties van vrijwilligers wezen erop dat de formulering van dit prestatieveld de indruk wekt dat het vooral zou gaan om vrijwillige inzet in de zorg. Dit is echter niet de bedoeling. De doelstelling van de Wmo is ‘meedoen’ in de brede zin van het woord en het vereist dat vrijwillige inzet op alle terreinen van de samenleving ondersteund kan worden.
Mantelzorg neemt in Nederland een belangrijke plaats in binnen het geheel van de zorg en welzijn. Uit gegevens van het SCP blijkt dat er 3,4 miljoen mensen zijn die zich wel op een of andere manier voor een ander inzetten. Natuurlijk zijn deze mensen niet allemaal even langdurig en intensief bezig. VWS richt zich beleidsmatig met name op de groep mensen waarvoor dit wel geldt. Daarbij wordt uitgegaan van een zorgperiode van tenminste 3 maanden en een intensiteit van tenminste 8 uur per week. Niet dat andere varianten minder belangrijk zijn, maar langdurige en intensieve zorgverlening gaat vaak gepaard met overbelasting en ontwrichting van de eigen leefsituatie. Belangrijkste doelen binnen het huidige beleid zijn: voorkomen van overbelasting, bieden van adequate ondersteuning, bevorderen van de emancipatie en participatie van mantelzorgers.
Om voornoemde doelstellingen te realiseren worden op basis van de Subsidieregeling coördinatie vrijwillige thuishulp en mantelzorg circa 180 instellingen gesubsidieerd. Het betreft de zogenaamde steunpunten mantelzorg, de instellingen voor vrijwillige thuiszorg, buddyprojecten en vriendendiensten. Gesubsidieerd worden met name de kosten van coördinatie van de vrijwilligers, bureaukosten en activiteitenkosten. Activiteiten van deze instellingen kunnen worden samengevat met de termen praktische en emotionele ondersteuning, advies, bemiddeling en begeleiding. Het is de bedoeling dat vanaf 1 januari 2007 gemeenten verantwoordelijk zijn voor het opzetten/continueren en financieren van activiteiten op het vlak van de mantelzorgondersteuning.
