Inclusief beleid

Inclusief beleid is beleid dat rekening houdt met de verschillende mogelijkheden en beperkingen van mensen. Het resultaat van een inclusieve benadering is dat algemene voorzieningen ook beschikbaar zijn voor mensen met een beperking. Een voorbeeld van inclusief beleid: bij het bouwen van een nieuwe woonwijk wordt al bij het ontwerp rekening gehouden met mensen met een beperking. Het doel van inclusief beleid is dat mensen met beperkingen vanzelfsprekend op een gelijkwaardige manier kunnen deelnemen aan alle aspecten van het maatschappelijke leven.

Participatie is ook het centrale thema in de Wmo. Het compensatiebeginsel stelt dat gemeenten voorzieningen dienen te treffen die mensen met een beperking in staat stellen te participeren in de samenleving. Op basis van dit beginsel worden door gemeenten vaak individuele en specifieke voorzieningen getroffen om mensen met een handicap in staat te stellen aan de samenleving te kunnen deelnemen. De participatiemogelijkheden kunnen echter nog meer worden vergroot door met name algemene voorzieningen toegankelijker te maken. Dit heeft naast de vergrote participatiemogelijkheden als groot voordeel dat er geen apart (en vaak duurder) beleid hoeft te worden ontwikkeld voor mensen met een handicap, omdat in een vroeg stadium van het beleidsproces al rekening met hun beperkingen wordt gehouden.

Door meer de nadruk te leggen op het toegankelijker maken van algemene voorzieningen, wordt op een nieuwe wijze vorm gegeven aan de compensatieplicht, zodat mensen met een beperking betere kansen hebben om volwaardig mee te doen aan de samenleving. Dit is ook het doel van het VNG project : De Kanteling

VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

In 2006 heeft de VN het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap opgesteld. Het Verdrag verplicht deelnemende landen ervoor te zorgen dat mensen met een (functie-)beperking gelijkwaardig aan de samenleving kunnen deelnemen. Nederland heeft het Verdrag in maart 2007 ondertekend maar nog niet geratificeerd. Nederland wil eerst inzichtelijk hebben welke gevolgen het Verdrag heeft voor bestaande wet- en regelgeving en in hoeverre deze moeten worden aangepast. Het ministerie van VWS heeft het voortouw bij het ratificatieproces en streeft ernaar om de wetsvoorstellen voor de ratificatie en invoering van het Verdrag in het najaar van 2010 naar de Kamer te sturen.

Omdat de verplichtingen in het Verdrag straks voor alle gemeenten gaan gelden is het noodzakelijk om het inclusieve denken en doen bij gemeenten meer onder de aandacht te brengen. Het ministerie van VWS is verantwoordelijk voor de implementatie van het Verdrag en beschouwt het daarom ook als haar verantwoordelijkheid om gemeenten te ondersteunen bij het vormgeven van inclusief beleid. Het ministerie van VWS wil dat doen door het gebruik van de Agenda 22-methode bij gemeenten te bevorderen.

De Agenda 22-methode

Deze methode is gebaseerd op de 22 VN Standaard Regels Gelijke Kansen die in 1993 zijn opgesteld. De regels zien, evenals het VN-gehandicaptenverdrag, op de verschillende beleidsterreinen die van belang zijn voor burgers met een beperking, zoals de fysieke toegankelijkheid van de samenleving, gelijke kansen op (passend) onderwijs, werk, inkomen en sociale zekerheid. Bij elke standaardregel worden vragen gesteld aan de hand waarvan kan worden gecontroleerd of wel aan de regel wordt voldaan. De methode maakt zo concreet hoe in het gemeentelijke beleid rekening kan worden gehouden met de positie van mensen met beperkingen (inclusief beleid) en vormt op deze manier een geschikt handvat voor overleg tussen gemeenten en lokale belangenorganisaties bij de ontwikkeling van beleid.

Het ministerie van VWS zal zich de komende tijd inzetten om het gebruik van de Agenda 22-methode in de gemeentelijke besluitvorming te bevorderen. Gemeenten kunnen zo samen met gehandicaptenorganisaties een bijdrage leveren aan de implementatie van het VN-Verdrag teneinde een toegankelijke en inclusieve Nederlandse samenleving te realiseren.