Interview met TransitieBureau
Begeleiding wordt een participatie-instrument
De functie extramurale begeleiding gaat van de AWBZ over naar de Wmo. Het TransitieBureau begeleidt dit proces. De belangrijkste taak? Zorgen dat gemeenten, aanbieders en cliëntenorganisaties elkaar vinden en goede afspraken maken. Een gesprek met voorzitter Bert Holman en vice-voorzitter Bob van der Meijden. “Gemeenten kunnen individueel maatwerk leveren.”
“Het is meer dan het verhangen van etiketten en verschuiven van loketten. Het is een nieuwe manier van werken.” Bob van der Meijden (VNG) is vice-voorzitter van het TransitieBureau. Voorzitter Bert Holman (VWS) vult hem aan: “Er kan een meer integrale benadering onstaan. Mensen die maatschappelijke ondersteuning behoeven, hebben vaak op meerdere terreinen hulp nodig. Denk aan schuldhulpverlening, huisvesting en straks dus ook begeleiding. Al die zaken komen bij elkaar. Op lokaal niveau, dichter bij de burger.” Zonder aarzeling en weloverwogen benoemen ze de sterke kanten van decentralisatie van extramurale begeleiding. Gezien vanuit de cliënt natuurlijk. Bob legt uit: “Het doel van de Wmo is mensen de regie over hun eigen leven te geven. Begeleiding is straks dus niet langer primair een zorgtaak, het wordt een participatie-instrument.” Bijkomend voordeel: voor de Wmo gelden geen landelijke kaders, geen bureaucratische regeltjes. Gemeenten hebben veel meer vrijheid. “Dat biedt de mogelijkheid te kijken naar het individu. Gemeenten kunnen individueel maatwerk leveren. Bovendien biedt de Wmo, meer dan de AWBZ, de mogelijkheid om het hulpaanbod te laten meebewegen met de behoefte.”
Samenwerkingsopgave
Ze zien het als een logische stap, de overgang van begeleiding van AWBZ naar Wmo. Maar wel één die goed begeleid en voorbereid moet worden. “De doelgroep is zwaar”, zegt Bert. “Het gaat om kwetsbare mensen, met matige tot ernstige beperkingen. Voor deze mensen gaat er veel veranderen.” Juist omdat het een kwetsbare groep betreft, wijst het TransitieBureau keer op keer op het belang van samenwerking. Gemeenten, aanbieders en cliënten- en patiëntenorganisaties zijn partners in deze operatie. Dit is de coalitieaanpak die het TransitieBureau omarmt. Bob: “Het is een samenwerkingsopgave. Goede afspraken zijn belangrijk. Begeleiding is een ontzettend belangrijk onderdeel van het leven van cliënten die erop aangewezen zijn. Belangrijker dan bijvoorbeeld vervoer of huishoudelijke hulp.” Hij voegt eraan toe dat de partijen gelukkig niet bij nul hoeven te beginnen. “Er zijn al veel nuttige, nieuwe werkwijzen bedacht. Tijdens werkbezoeken komen we prachtige voorbeelden tegen. Van beroepsbeoefenaren of instelingen die uit het keurslijf zijn gestapt en kijken wat de cliënt echt nodig heeft. In plaats van wat hij volgens een landelijke tabel zou moeten krijgen.” Het opsporen en delen van deze voorbeelden is een van de taken die het TransitieBureau zich stelt.
Keukentafel
Voor gemeenten betekent de uitvoering van extramurale begeleiding vooral doorgaan met het proces van kanteling. Het keukentafelgesprek noemt Bob dit. “Gemeenten zijn geen voorzieningensupermarkt. Gemeenten gaan steeds vaker een goed gesprek aan met de burger. Niet toetsend, niet beoordelend, maar gericht op wat er aan de hand is. Wat kunt u niet meer en wat zou u eraan willen doen? Dan kom je tot heel andere oplossingen.” Bert illustreert het met een voorbeeld. “Stel dat er een man aan het loket komt die slecht ter been is. Hij is eenzaam en wil een scootmobiel. In plaats van een formuliertje in te vullen gaat de medewerker met de man in gesprek. Blijkt dat de man moeite heeft om uit zijn isolement te komen. Dan raak je dus het echte probleem.” De kanteling is een proces dat al enkele jaren aan de gang is. Decentralisatie van begeleiding past daarbij. “Sommige mensen denken dat Den Haag het verzonnen heeft”, zegt Bert. “Dat is niet zo. Het is een ontwikkeling in de maatschappij, waarbij de verzorgingsstaat langzaam vervangen wordt door een participatiesamenleving.”
Informeren
Het TransitieBureau begeleidt de decentralisatie van begeleiding. Natuurlijk is er de logistieke kant: klanten moeten weten dat ze straks bij de gemeente terecht kunnen, gemeenten moeten alle dossiers krijgen. Veelomvattender is echter de taak alle betrokkenen mee te nemen in de decentralisatie. Bert: “Dat doen we op verschillende manieren. We informeren en ondersteunen. Door allerlei handreikingen beschikbaar te stellen bijvoorbeeld. Ook geven we aan welke stappen er zijn, welke kritische knooppunten.” Bob merkt op dat er de laatste maanden veel behoefte was aan beleidsinformatie. “Dus om hoeveel klanten gaat het eigenlijk en welke beperkingen hebben ze? We hebben gecoördineerd dat de gemeenten de beschikking kregen over gegevens van het CIZ, het CAK en van zorgkantoren.” Al deze informatie is beschikbaar via invoeringwmo.nl. Binnenkort staan hier ook handreikingen over aanbesteden en subsidies, regionale samenwerking en de diverse doelgroepen.
Zorgvuldig
De belangrijkste taak van het TransitieBureau is echter het samenbrengen van mensen, aldus Bert. Zorgen dat partijen elkaar leren kennen en in gesprek gaan. “Voor de zomer hebben we 32 regionale bijeenkomsten georganiseerd, voor zowel gemeenten als aanbieders. Om te informeren, maar vooral om ervaringen te delen en de kiem voor samenwerking te zaaien. Dat was een succes. Er zijn heel wat visitekaartjes uitgewisseld en vooroordelen geslecht. Over en weer hadden gemeenten en aanbieders bepaalde beelden, die hebben ze zeker genuanceerd.” Deze rol blijft het TransitieBureau dan ook vervullen. Door bijeenkomsten te organiseren, maar ook door het land in te gaan, te helpen het proces regionaal op gang te brengen, voorbeelden te delen. Want de decentralisatie van begeleiding is zoeken naar innovatieve mogelijkheden. “Maar dat doen we wel goed en zorgvuldig”, benadrukt Bert. “Zoals gezegd gaat het om mensen met soms forse beperkingen. Vaak zal de nieuwe benadering werken. De eigen kracht van mensen speelt een belangrijke rol. Er zijn echter ook groepen waarvoor dit niet geldt. Die laten we niet in de kou staan."